Deze Algemene Voorwaarden van BOVAG

Deze Algemene Voorwaarden van BOVAG Verhuurbedrijven zijn tot stand gekomen in overleg
met de Consumentenbond en de ANWB in het kader van de Coördinatiegroep Zelfreguleringsoverleg
van de Sociaal Economische Raad en treden in werking per 1 januari 2010.
Begripsomschrijving
In deze voorwaarden wordt verstaan onder: voertuig: het voertuig of de andere zaak, die (mede)
het onderwerp is van de huurovereenkomst; huurder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon
die als huurder de huurovereenkomst sluit; verhuurder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon
lid van BOVAG Verhuurbedrijven die als verhuurder de huurovereenkomst sluit; consument:
de huurder die een natuurlijk persoon is en de huurovereenkomst niet heeft gesloten
in de uitoefening van beroep of bedrijf; schade van de verhuurder: de vermogensschade die
verhuurder lijdt ten gevolge van:
– beschadiging (waaronder ook begrepen een toestand van het voertuig of van onderdelen
daarvan die niet past bij normale slijtage) of vermissing van het voertuig of van toebehoren
daarvan (onder meer sleutel, alarminstallatie, documenten zoals kentekenpapieren en grensdocumenten)
of onderdelen daarvan. Tot deze schade behoren onder meer de kosten van
vervanging van (onderdelen van) het voertuig en de derving van huurinkomsten;
– met of door het voertuig aan persoon of goed toegebracht nadeel, waarvoor de verhuurder,
de kentekenhouder of de aansprakelijkheidsverzekeraar van het voertuig jegens derden aansprakelijk
is.
Onder bovenhoofdse schade: schade van de verhuurder veroorzaakt door aanrijding met het
deel van het voertuig dat zich op een hoogte van meer dan 1.90 meter boven de grond bevindt
of door aanrijding met op het voertuig bevestigde zaken die zich op meer dan 1.90 meter boven
de grond bevinden; bestuurder: de feitelijk bestuurder van het voertuig; schriftelijk: in geschrift
of elektronisch; WAM: Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen.
I. GENERIEKE BEPALINGEN
Artikel 1 – Toepasselijkheid
Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle overeenkomsten van huur en verhuur
van voertuigen, inclusief eventuele accessoires die tussen verhuurder en huurder worden
gesloten.
Artikel 2 – Het aanbod
1. Verhuurder brengt een aanbod schriftelijk of mondeling uit naar keuze van de huurder.
2. Het aanbod is gedurende 14 dagen onherroepelijk behalve in het geval van onvoldoende
beschikbaarheid.
3. Het aanbod bevat een volledige en nauwkeurige omschrijving van de huurtermijn, de huursom
en de mogelijk bijkomende kostenelementen. Tevens wordt vermeld de hoogte van het
eigen risico, de eventuele afkoopmogelijkheid van het eigen risico en de eventuele waarborgsom
of andere wijze van zekerheidstelling.
4. Het aanbod vermeldt de openingstijden van het bedrijf en het telefoonnummer waarop het
bedrijf te bereiken is.
5. Het aanbod vermeldt de wijze van betaling en de wijze van zekerheidstelling.
6. Het aanbod gaat indien redelijkerwijs mogelijk vergezeld van een exemplaar van deze Algemene
Voorwaarden. Is dit niet mogelijk dan worden de algemene voorwaarden bij het sluiten
van de overeenkomst alsnog ter hand gesteld.
Artikel 3 – De overeenkomst
1. De overeenkomst komt tot stand door aanvaarding van het aanbod. Een mondelinge overeenkomst
dient schriftelijk te worden bevestigd door de verhuurder.
2. De huurovereenkomst wordt aangegaan voor de periode en het tarief zoals op de huurovereenkomst
is vermeld of anderszins is overeengekomen. De huurovereenkomst vermeldt tevens
het tijdstip van begin en einde van de huurperiode.
3. Indien van toepassing vermeldt de huurovereenkomst het op grond van artikel 9 lid 7 overeengekomen
maximumbedrag met verwijzing naar de in artikel 12 lid 2 van deze algemene
voorwaarden opgenomen aansprakelijkheidsbeperking.
Artikel 4 – De prijs en de prijswijzigingen
1. De huursom en de eventuele bijkomende kostenelementen zoals prijs per kilometer worden
vooraf overeengekomen evenals de eventuele bevoegdheid tot tussentijdse prijswijziging. De
verhuurder draagt er zorg voor dat de huursom op deugdelijke wijze op de huurovereenkomst
vermeld staat.
2. Als binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst een prijswijziging optreedt,
zal deze geen invloed hebben op de overeengekomen prijs. De consument heeft recht op ontbinding
van de overeenkomst als ná drie maanden na het sluiten van de overeenkomst maar
voordat de huurperiode is aangevangen de prijs wordt verhoogd, tenzij bij de overeenkomst
bedongen is dat de huurperiode later dan drie maanden na de overeenkomst zal aanvangen.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op prijswijzigingen die uit de wet voortvloeien zoals die
ter zake van BTW.
4. Vaststelling van het aantal gereden kilometers geschiedt aan de hand van de kilometerteller,
tenzij de kilometerteller defect is geraakt. Het na het optreden van het defect aan de
kilometerteller gereden aantal kilometers wordt op de meest gerede wijze vastgesteld. Het
hiervoor bepaalde over de kilometerteller is van overeenkomstige toepassing op de PTO- en
koelmotor-bedrijfsurenteller.
5. Gedurende de huurperiode zijn de aan het gebruik van het voertuig verbonden kosten, zoals
tolgelden, Eurovignet en de kosten voor brandstof, reiniging en parkeren voor rekening van
huurder.
6. Onverminderd diens gehoudenheid tot schadevergoeding indien daartoe gronden bestaan,
kunnen huurder geen kosten in rekening gebracht worden die niet overeengekomen zijn.
Artikel 5 – De huurperiode en de overschrijding van de huurperiode
1. Huurder is verplicht het voertuig uiterlijk op de dag en op het tijdstip waarop de huurperiode
eindigt, aan het in de huurovereenkomst vermelde bedrijf en adres of aan het nader overeengekomen
adres terug te bezorgen. Verhuurder is verplicht het voertuig, tijdens openingstijden,
in ontvangst te nemen.
2. Het voertuig mag slechts met toestemming van de verhuurder worden teruggebracht buiten
openingstijden en/of op een andere plaats ter beschikking worden gesteld.
3. Afspraken over het eerder terugbrengen van het voertuig binnen de overeengekomen huurperiode
zijn vrijblijvend.
4. Indien het voertuig niet na afloop van de eventueel verlengde huurovereenkomst is ingeleverd
op de afgesproken wijze, is verhuurder gerechtigd het voertuig onmiddellijk terug te
nemen. De uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen van huurder blijven van kracht
tot het moment dat het voertuig weer in het bezit is van verhuurder.
5. Indien huurder het voertuig niet tijdig heeft ingeleverd, is verhuurder gerechtigd de huurder
20% van de daghuurprijs in rekening te brengen voor elk uur waarmee de huurperiode
wordt overschreden. Na overschrijding met 5 uur kan per dag tot 1½ keer de daghuurprijs in
rekening worden gebracht, onverminderd de verplichting van huurder tot vergoeding van door
verhuurder geleden en te lijden schade. Als het feitelijk blijvend onmogelijk is om het voertuig
te retourneren dan wordt geen verhoogde huurprijs in rekening gebracht. De verhoging van de
huurprijs geldt niet indien huurder aantoont dat de overschrijding van de huurtermijn het gevolg
is van overmacht.
Artikel 6 – Annulering
1. Indien een overeenkomst wordt geannuleerd, is de huurder de volgende annuleringskosten
verschuldigd:
– bij annulering tot de 42e dag (exclusief) voor de dag van verhuur: de aanbetaling met een
maximum van 20% van de huursom;
– bij annulering vanaf de 42e dag (inclusief) tot de 28e dag (exclusief) voor de dag van verhuur:
35% van de huursom;
– bij annulering vanaf de 28e dag (inclusief) tot de 21e dag (exclusief) voor de dag van verhuur:
40% van de huursom; bij annulering vanaf de 21e dag (inclusief) tot de 14e dag (exclusief)
voor de dag van verhuur: 50% van de huursom;
– bij annulering vanaf de 14e dag (inclusief) tot de 5e dag (exclusief) voor de dag van verhuur:
75% van de huursom;
– bij annulering vanaf de 5e dag (inclusief) tot de dag van verhuur: 90% van de huursom; bij
annulering op de dag van verhuur of later: de volle huursom.
2. Annuleringen buiten kantooruren worden geacht te zijn verricht op de eerstvolgende kalenderdag.
Artikel 7 – Betaling
1. Alleen voor huurovereenkomsten waarvan de huurperiode binnen drie maanden aanvangt,
kan vooruitbetaling tot 50% van de huursom worden gevraagd. Bij aanvang van de huurperiode
kan betaling van een waarborgsom worden verlangd.
2. De waarborgsom wordt geretourneerd onder verrekening van de nog openstaande kosten
zodra het voertuig is ingeleverd, tenzij er sprake is van schade van de verhuurder. In geval van
schade van de verhuurder wordt de waarborgsom geretourneerd voor zover deze het bedrag
waarvoor huurder aansprakelijk is, overschrijdt. Deze retournering zal plaatsvinden zodra duidelijk
is dat van een dergelijke overschrijding sprake is. Indien er slechts sprake is van schade
aan het voertuig, zal de retournering in ieder geval plaatsvinden binnen 2 maanden; indien er
(ook) sprake is van schade aan derden, binnen 6 maanden.
3. Ingeval de schade van de verhuurder is veroorzaakt door derden en verhuurder de schade
volledig op deze derden verhaald heeft, zal de waarborgsom binnen 14 dagen na het verhaal
van de schade worden geretourneerd. Verhuurder zal zich inspannen om schade veroorzaakt
door derden zo spoedig te verhalen. De verhuurder houdt de huurder op de hoogte van de
ontwikkelingen.
4. Tenzij anders is overeengekomen, dient betaling van de huursom onmiddellijk na afloop
van de huurperiode te geschieden. Betaling van andere bedragen dient te geschieden binnen
tien dagen na ontvangst van de betreffende factuur. De consument dient het verschuldigde
bedrag te betalen vóór het verstrijken van de betalingsdatum. Doet hij dat niet, dan zendt de
ondernemer na het verstrijken van die datum een kosteloze betalingsherinnering en geeft de
consument de gelegenheid binnen veertien dagen na ontvangst van deze betalingsherinnering
het openstaande bedrag alsnog te betalen. Als na het verstrijken van de betalingsherinnering
nog steeds niet is betaald, is de ondernemer gerechtigd rente in rekening te brengen vanaf het
moment van verzuim. Deze rente is gelijk aan de wettelijke rente. Door een partij te maken
gemaakte gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten om betaling van een schuld af te dwingen,
kunnen aan de wederpartij in rekening worden gebracht. De hoogte van deze kosten is
onderworpen aan (wettelijke) grenzen. Daarvan kan in het voordeel van de consument worden
afgeweken.
Artikel 8 – Verplichtingen huurder
1. Onverminderd het onderstaande dient huurder met het voertuig om te gaan zoals een goed
huurder betaamt en ervoor te zorgen dat het voertuig overeenkomstig zijn bestemming wordt
gebruikt. Zo is het huurder verboden het voertuig te gebruiken op een circuit dan wel op een
terrein waarvoor het voertuig niet geschikt is of op een terrein waarvan huurder of bestuurder
te kennen is gegeven dat betreding daarvan op eigen risico is.
2. Huurder is gehouden het voertuig in oorspronkelijke staat bij verhuurder terug te bezorgen.
Dit houdt onder meer in dat huurder verplicht is eventuele door of namens hem aangebrachte
veranderingen en toevoegingen aan het voertuig ongedaan te maken, en wel in een zodanige
mate dat hij het voertuig weer in de oorspronkelijke staat bij verhuurder kan terugbezorgen.
Huurder kan hiervoor geen enkel recht op vergoeding doen gelden.
3. Huurder is gehouden de lading van het voertuig op zorgvuldige wijze te borgen.
4. Alleen personen die in de huurovereenkomst als bestuurder zijn aangeduid, mogen het
voertuig besturen. Het is huurder niet toegestaan het voertuig ter beschikking te stellen aan
een persoon die niet als bestuurder is vermeld op het huurcontract. Huurder dient er zorgvuldig
op toe te zien dat geen van de in de huurovereenkomst als bestuurder aangeduide personen
het voertuig bestuurt indien deze daartoe onbevoegd is of kennelijk geestelijk of lichamelijk
ongeschikt is.
5. Het is huurder niet toegestaan het voertuig te verhuren.
6. Het is huurder niet toegestaan het voertuig te gebruiken voor rijles of voor vervoer van personen
tegen betaling anders dan ten behoeve van ‘carpooling’, of met het voertuig wedstrijden,
snelheids-, rijvaardigheids- of betrouwbaarheidsproeven te houden.
7. Het is huurder niet toegestaan het voertuig buiten de landsgrenzen van Nederland te brengen,
tenzij schriftelijk anders is overeengekomen met verhuurder.
8. In geval van voor huurder kenbare of waarneembare schade of defecten aan het voertuig,
is het huurder niet toegestaan het voertuig te gebruiken indien dat kan leiden tot verergering
van de schade of van de defecten, of tot vermindering van de verkeersveiligheid.
9. Huurder is verplicht de verplichtingen en verboden van dit artikel op te leggen aan bestuurder,
passagiers en andere gebruikers van het voertuig en toe te zien op de nakoming daarvan.
10. Huurder dient onder meer zorgvuldig om te gaan met de bij het voertuig behorende sleutels,
de bediening van de alarminstallatie en de bij het voertuig behorende documenten (zoals
het kentekenbewijs en de grensdocumenten).
Artikel 9 – Instructies voor de huurder
1. Huurder dient het oliepeil en de bandenspanning op niveau te (laten) houden en dient gevolg
te geven aan een oproep van verhuurder om het voertuig voor onderhoud aan te bieden.
Een dergelijke oproep van verhuurder zal zo tijdig gedaan worden dat huurder daaraan redelijkerwijs
kan voldoen. Bij huurperioden van een maand of korter zal verhuurder huurder niet
verplichten het voertuig voor regulier onderhoud aan te bieden.
2. Huurder is gehouden het voertuig schoon te retourneren. Bij niet-nakoming van deze verplichting
kunnen de schoonmaakkosten in rekening worden gebracht, met een minimum van
€ 25,- (inclusief BTW).
3. Huurder dient de door verhuurder aangegeven voor het voertuig geschikte brandstof te
tanken met, indien vereist, de door verhuurder aangegeven vereiste toevoegingen.
4. In geval van voor huurder kenbare of waarneembare defecten, schade aan of met het voertuig
toegebracht of vermissing van het voertuig is huurder verplicht:
– hier zo spoedig mogelijk melding van te maken;
– de instructies van verhuurder op te volgen;
– gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen en bescheiden die op de gebeurtenis betrekking
hebben aan verhuurder of aan diens verzekeraar te verstrekken;
– het voertuig niet achter te laten zonder het behoorlijk tegen het risico van beschadiging of
vermissing beschermd te hebben;
– de verhuurder en door de verhuurder aangewezen personen alle gevraagde medewerking
te verlenen ter verkrijging van schadevergoeding van derden of als verweer tegen aanspraken
van derden.
5. Bij ongevallen, beschadiging of vermissing is huurder daarnaast verplicht:
– melding te doen bij de politie ter plaatse;
– zo spoedig mogelijk een volledig ingevuld en ondertekend schadeaangifteformulier aan
verhuurder over te leggen;
– zich van erkenning van schuld in enigerlei vorm te onthouden.
6. Huurder is verplicht de verplichtingen en verboden van dit artikel op te leggen aan bestuurder,
passagiers en andere gebruikers van het voertuig en toe te zien op de nakoming daarvan.
7. Het is huurder niet toegestaan met het voertuig zaken te vervoeren met een gezamenlijke
waarde van meer dan € 15.000,-, tenzij anders is overeengekomen.
8. Huurder dient verhuurder zo spoedig mogelijk te informeren over:
– verstoring van de werking van de kilometerteller, de tachograaf, de snelheidsbegrenzer of
de PTO- en koelmotor- bedrijfsurenteller zodra huurder er redelijkerwijs vanuit mag gaan dat
er sprake is van een verstoring;
– verbreking van het verzegelplan van het brandstoftoevoersysteem zodra huurder er redelijkerwijs
vanuit mag gaan dat er sprake is van een verbreking;
– het optreden van een gebeurtenis waardoor schade aan, met of door het voertuig ontstaat
of redelijkerwijs kan ontstaan;
– defect raken van het voertuig;
– vermissing van of anderszins verlies van de macht over het voertuig, onderdelen en toebehoren
daarvan;
– beslaglegging op het voertuig; en over andere omstandigheden waarover verhuurder redelijkerwijs
geïnformeerd dient te worden.
9. Indien verhuurder inlichtingen aan autoriteiten dient te verstrekken over de identiteit van de
persoon die op enig moment het voertuig heeft bestuurd of gebruikt, dient huurder in verband
daarmee gestelde vragen van verhuurder zo spoedig mogelijk te beantwoorden.
Artikel 10 – Verplichtingen verhuurder
1. De verhuurder levert het voertuig met de overeengekomen accessoires en specificaties en
voorzien van de in Nederland verplichte uitrusting, schoon, goed onderhouden, met een volledig
gevulde brandstoftank en, voor zover verhuurder kenbaar is of zou moeten zijn, in technisch
goede staat af.
2. Indien geen voertuig uit de overeengekomen categorie geleverd kan worden, zal op verzoek
van huurder een upgrade in categorie voertuig plaatsvinden zonder dat hiervoor extra kosten in
rekening kunnen worden gebracht. Aan een verzoek om een upgrade kan niet worden voldaan
indien het overeengekomen voertuig zich reeds in de hoogste categorie bevindt.
3. Verhuurder stelt samen met huurder voorafgaand aan de verhuur een rapport op waarbij
eventuele schade die zich al aan het voertuig bevindt, wordt aangegeven.
4. Verhuurder overhandigt huurder voorafgaand aan de huurperiode de vereiste documenten.
5. Verhuurder dient ervoor te zorgen dat er in het voertuig een Nederlandstalige instructie
aanwezig is, alsmede een overzicht van telefoonnummers waar huurder zich binnen en buiten
openingstijden kan melden.
6. Verhuurder vermeldt duidelijk op de auto bij voorkeur in de nabijheid van de brandstofvulopening
welk type brandstof plus eventuele toevoegingen voor het voertuig moet worden
gebruikt.
7. In de Nederlandstalige instructie wordt vermeld op welke niveaus het oliepeil en de bandenspanning
dienen te worden gehouden.
8. Verhuurder draagt zorg voor adequate pechhulp zowel in Nederland als in het buitenland.
Pechhulp in het buitenland geldt alleen als is afgesproken dat het voertuig ook in het buitenland
gebruikt mag worden.
9. Onder adequate hulp wordt in ieder geval verstaan dat er vervangend, zoveel mogelijk
gelijkwaardig, vervoer wordt aangeboden door de verhuurder indien het voertuig wegens een
tekortkoming voor reparatie moet worden aangeboden en de geschatte reparatieduur langer
dan twee werkdagen is. Indien pech het gevolg is van eigen schuld, dan worden de kosten van
de hulp niet door verhuurder vergoed.
10. Verhuurder inspecteert het voertuig direct bij inlevering door huurder op eventuele schade.
Dit geldt zowel bij inlevering van het voertuig bij de eigen vestiging als bij inlevering van het
voertuig op een andere vestiging.
Artikel 11 – Aansprakelijkheid van de huurder voor schade
1. Huurder is in geval van schade van de verhuurder per schadegeval aansprakelijk tot het
op het huurcontract vermelde eigen risico. Voor voertuigen tot 3500 kilogram geldt in geval
van bovenhoofdse schade een eigen risico dat maximaal € 1500,- bedraagt en voor andere
schadegevallen maximaal € 1000,-.
2. Indien de schade evenwel is ontstaan ten gevolge van handelen of nalaten in strijd met
artikel 8, is huurder volledig aansprakelijk voor schade van de verhuurder, tenzij hij bewijst dat
dit handelen of nalaten hem niet toerekenbaar is of volledige vergoeding naar de maatstaven
van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
3. Indien het voertuig met toestemming van de verhuurder wordt teruggebracht buiten de
openingstijden van de verhuurder en/of op een nader overeengekomen plaats niet zijnde de
bedrijfslocatie van de verhuurder ter beschikking wordt gesteld voor afhalen door de verhuurder,
blijft huurder overeenkomstig het eerste of tweede lid aansprakelijk voor de schade van de
verhuurder ontstaan tot het tijdstip waarop verhuurder feitelijk het voertuig heeft geïnspecteerd
of heeft laten inspecteren. Verhuurder zal in de hier genoemde situaties het voertuig bij eerste
gelegenheid inspecteren en zal huurder direct informeren indien schade is geconstateerd.
4. Voor schade van de verhuurder die bestaat uit vermogensschade ten gevolge van met of
door het voertuig aan persoon of goed toegebracht nadeel, waarvoor verhuurder, de kentekenhouder
of de aansprakelijkheidsverzekeraar van het voertuig jegens derden aansprakelijk is,
geldt het bepaalde in het tweede lid van dit artikel slechts indien er volgens de voorwaarden
van de WAM-verzekeringsovereenkomst geen dekking bestaat.
5. In geval van schade aan het voertuig in het buitenland zijn de kosten van repatriëring van
het voertuig voor rekening van verhuurder, tenzij het tweede lid van dit artikel van toepassing is.
6. Huurder is aansprakelijk voor gedragingen en nalaten van de bestuurder, de passagiers en
andere gebruikers van het voertuig, ook indien deze niet de instemming van huurder hadden.
Artikel 12 – Gebreken aan het voertuig en aansprakelijkheid van de verhuurder
1. Verhuurder is verplicht op verlangen van huurder gebreken te verhelpen, tenzij dit onmogelijk
is of uitgaven vereist die in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet van verhuurder
zijn te vergen. Deze verplichting geldt niet indien huurder jegens verhuurder aansprakelijk is
voor het ontstaan van het gebrek en/of voor het gevolg van het gebrek.
2. Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade aan vervoerde zaken als gevolg van een gebrek
aan het voertuig voor zover de totale waarde van die vervoerde zaken meer bedraagt dan
€ 15.000,-, tenzij overeenkomstig bepaalde in artikel 9 lid 7 een hoger bedrag is overeengekomen.
Voor personenschade is verhuurder niet aansprakelijk als en voor zover de benadeelde
zijn schade heeft kunnen verhalen op uitkering krachtens schadeverzekering of verstrekkingen
uit anderen hoofde.
3. Het bepaalde in het vorige lid geldt niet voor zover het gaat om gebreken die de verhuurder
bij het aangaan van de overeenkomst kende of had behoren te kennen of terzake van het
ontstaan waarvan de verhuurder opzet of grove schuld is te verwijten.
Artikel 13 – Overheidsmaatregelen en informatie aan autoriteiten
1. Voor rekening van huurder zijn alle sancties en gevolgen van maatregelen die in verband
met het ter beschikking hebben door huurder c.q. gebruiken van het voertuig van overheidswege
worden opgelegd, tenzij deze verband houden met een defect dat bij aanvang van de huur
reeds aanwezig was of de sancties verband houden met omstandigheden die in de risicosfeer
van verhuurder liggen.
2. Indien deze sancties en maatregelen aan verhuurder worden opgelegd, is huurder gehouden
verhuurder op diens eerste verzoek schadeloos te stellen, waarbij huurder aanvullend de
kosten van administratie verschuldigd wordt, met een minimum van € 25,- (inclusief BTW).
Verhuurder dient die kosten zoveel mogelijk te beperken. Indien verhuurder in verband met
enige gedraging of nalaten van huurder, zoals een verkeersovertreding, informatie aan autoriteiten
verstrekt, is huurder gehouden de daarmee gepaard gaande kosten te vergoeden, met
een minimum van € 10,- (inclusief BTW).
3. Desgewenst krijgt de huurder een kopie van het officiële document waarmee de sanctie is
opgelegd.
Artikel 14 – Beslag op het voertuig
1. Ingeval van administratief-, civiel- of strafrechtelijk beslag op het voertuig blijft huurder
gehouden tot nakoming van de verplichtingen van de huurovereenkomst, waaronder die tot
betaling van de huursom, tot het moment waarop het voertuig vrij van beslagen weer in het bezit
van verhuurder is, tenzij het beslag verband houdt met omstandigheden die in de risicosfeer
van de verhuurder liggen.
2. Huurder is gehouden verhuurder schadeloos te stellen voor alle uit het beslag voortvloeiende
kosten.
Artikel 15 – Ontbinding van de huur
1. Verhuurder is gerechtigd de huurovereenkomst zonder ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst
te beëindigen en zich weer in het bezit van het voertuig te stellen onverminderd zijn
recht op vergoeding van kosten, schade en rente indien:
– huurder tijdens de huurperiode een of meer van zijn verplichtingen niet, niet tijdig of niet
volledig nakomt tenzij de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt;
– huurder overlijdt, onder curatele wordt gesteld, surseance van betaling aanvraagt, in staat
van faillissement wordt verklaard, ten aanzien van hem de Wet Schuldsanering Natuurlijke
Personen van toepassing wordt verklaard;
– verhuurder van het bestaan van omstandigheden blijkt, die van dien aard zijn dat ware
verhuurder hiervan op de hoogte geweest, hij de huurovereenkomst niet was aangegaan.
2. Huurder zal alle medewerking aan verhuurder verlenen om zich weer in het bezit van het
voertuig te doen stellen.
3. Indien huurder overlijdt voordat de huurperiode aanvangt, is de huurovereenkomst zonder
ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst ontbonden.
4. Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van ontbinding op grond van dit
artikel.
Artikel 16 – Klachten en Bemiddelingsregeling
1. Klachten over de uitvoering van de overeenkomst moeten volledig en duidelijk omschreven
worden ingediend bij verhuurder tijdig nadat huurder de beweerde tekortkomingen heeft ontdekt.
Niet tijdig indienen van de klacht kan tot gevolg hebben dat huurder zijn rechten terzake
verliest.
2. Indien de klachtafhandeling door verhuurder niet heeft geleid tot een voor huurder bevredigend
resultaat, kan huurder naar keuze zijn klacht voorleggen aan
– het BOVAG Bemiddelingsbureau, Postbus 1100, 3980 DC te Bunnik (telnr. 0900 2692268
(35 eurocent per minuut)), indien het gaat over een klacht over de uitlegging of uitvoering
van deze algemene huurvoorwaarden ten opzichte van de verhuurder die lid is van BOVAG
Verhuurbedrijven. Dit bureau zal in de klacht bemiddelen en trachten de klacht in der minne op
te lossen volgens een reglement dat partijen vooraf ter kennis wordt gebracht of
– zijn geschil voorleggen aan de Geschillencommissie (zie artikel 17). Indien de klacht is
voorgelegd aan het Bemiddelingsbureau en ook de bemiddelingspoging niet heeft geleid tot
een voor huurder bevredigend resultaat, kan huurder zijn geschil alsnog voorleggen aan de
Geschillencommissie.
Artikel 17 – Geschillenregeling
1. Geschillen tussen huurder niet handelend in de uitoefening van beroep of bedrijf en verhuurder
over totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot door
verhuurder te leveren of geleverde diensten en zaken, kunnen zowel door huurder als verhuurder
aanhangig worden gemaakt bij de Geschillencommissie Autoverhuur, Bordewijklaan 46,
Postbus 90600, 2509 LP te Den Haag. (www.degeschillencommissie.nl)
2. Een geschil wordt door de Geschillencommissie slechts in behandeling genomen, indien
huurder zijn klacht eerst tijdig bij verhuurder heeft ingediend. Een geschil ontstaat indien de
klacht van huurder niet naar tevredenheid door verhuurder en/of via de bemiddelingspoging
van het BOVAG Bemiddelingsbureau is opgelost.
3. Indien de bemiddelingspoging niet heeft geleid tot een voor huurder bevredigend resultaat
moet huurder het geschil binnen zes weken na ontvangst van het bericht daarvan bij de
Geschillencommissie aanhangig maken. Een huurder die geen gebruik maakt van de bemiddelingspoging
moet het geschil uiterlijk drie maanden na het ontstaan daarvan bij de Geschillencommissie
aanhangig maken. Van een geschil is dan sprake nadat de klachtafhandeling
door verhuurder niet heeft geleid tot een voor huurder bevredigend resultaat.
4. Wanneer de huurder een geschil aanhangig maakt bij de Geschillencommissie, is verhuurder
aan deze keuze gebonden. Indien verhuurder een geschil aanhangig wil maken bij
de Geschillencommissie, moet hij huurder vragen zich binnen vijf weken uit te spreken of hij
daarmee akkoord gaat. Verhuurder dient daarbij aan te kondigen dat hij zich na het verstrijken
van de voornoemde termijn vrij zal achten het geschil bij de rechter aanhangig te maken.
5. De Geschillencommissie doet uitspraak met inachtneming van de bepalingen van het voor
haar geldende reglement. De beslissingen van de Geschillencommissie geschieden krachtens
dat reglement bij wege van bindend advies. Het reglement wordt desgevraagd toegezonden.
Voor de behandeling van een geschil is een vergoeding verschuldigd.
6. Uitsluitend de rechter dan wel de hierboven genoemde Geschillencommissie is bevoegd
van geschillen kennis te nemen.
Artikel 18 – Nakomingsgarantie
1. BOVAG staat garant voor de nakoming van de bindende adviezen door haar leden indien
verhuurder geen gevolg geeft aan het bindend advies, tenzij het lid besluit het bindend advies
binnen twee maanden na de verzending ervan, ter toetsing aan de rechter voor te leggen en
het vonnis waarbij de rechter het bindend advies onverbindend verklaart in kracht van gewijsde
is gegaan.
2. De garantstelling van BOVAG betreft een door BOVAG uit te keren bedrag van maximaal
€ 1000,- tegen cessie van de vordering van huurder. Bij bedragen groter dan € 1000,- per
geschil, keert BOVAG onder dezelfde voorwaarden het maximale bedrag van € 1000,- uit aan
huurder. Voor het meerdere wordt huurder aangeboden om zijn vordering aan BOVAG te cederen,
waarna BOVAG de betaling daarvan zo nodig in rechte zal vragen. BOVAG verbindt zich in
dat geval om geïncasseerde gelden aan huurder over te dragen.
3. De garantstelling bedoeld onder lid 2 geldt niet indien een rechter het bindend advies vernietigt.
In geval van faillissement, surseance van betaling of bedrijfsbeëindiging van verhuurder
keert BOVAG alleen een bedrag tot maximaal € 1000,- per geschil uit en geldt de garantstelling
alleen als huurder aan de formele verplichtingen heeft voldaan om het geschil bij de Geschillencommissie
Autoverhuur aanhangig te maken voordat van een dergelijke situatie sprake is.
Artikel 19 – Verwerking van persoonsgegevens van de huurder en van de bestuurder
1. De persoonsgegevens die worden vermeld op het contract worden door verhuurder als
verantwoordelijke in de zin van de Wet Bescherming Persoonsgegevens verwerkt in een persoonsregistratie.
Aan de hand van deze verwerking kan verhuurder uitvoering geven aan artikel
13 van deze voorwaarden, de overeenkomst uitvoeren, huurder of bestuurder optimale service
en actuele productinformatie geven en huurder of bestuurder gepersonaliseerde aanbiedingen
doen. De persoonsgegevens kunnen tevens worden doorgegeven aan gerechtsdeurwaarders
indien sprake is van tanken zonder betaling. Huurder en bestuurder kunnen om inzage en
correctie met betrekking tot de verwerkte persoonsgegevens verzoeken en verzet aantekenen.
Betreft het direct mailing, dan zal het verzet te allen tijde worden gehonoreerd.
2. De in het eerste lid genoemde gegevens kunnen tevens worden opgenomen in het Autoverhuur
Waarschuwing Systeem. BOVAG is namens de afdeling Verhuurbedrijven, postbus 1100,
3980 DC Bunnik naast de verhuurder verantwoordelijk voor verwerking van deze gegevens in
het Autoverhuur Waarschuwing Systeem. De persoonsgegevens van huurder en/of van bestuurder
kunnen in ieder geval worden opgenomen indien er sprake is van verduistering van
het voertuig, indien de huurprijs niet of niet tijdig wordt voldaan en indien
er opzettelijk schade wordt toegebracht aan het voertuig. Zie voor een
volledige opsomming www.bovag.nl/elena. Bij BOVAG kunnen genoemde
personen om inzage en correctie met betrekking tot de verwerkte
persoonsgegevens verzoeken en schriftelijk in verzet komen.
Artikel 20 – Toepasselijk recht
De huurovereenkomst wordt beheerst door Nederlands recht, tenzij op
grond van dwingend recht het recht van een ander land van toepassing
is.